COLUMNS RADIO 90FM


Radio 90FM, maart 2015

 

Tegen, anders wel tegen tegen

‘Supporters van Feyenoord gebruiken Romaanse Fontijn als collectieve douche,’ zei een journalist. Oh wat grappig, dacht ik, maar bij het zien van de televisiebeelden gloeide het schaamrood in mijn hals. Niks grappigs aan. Doelloos sloopgedrag van domkoppen. Niet dat het er veel mee te maken heeft, maar meteen daarna schoten de jaren tachtig door mijn hoofd. De woningnood. Krakers. Punk. 'Fuck the system!' Vette protestjaren waren het. Eigenlijk waren we overal op tegen. Bij voorbaat pikten we het niet langer. Niet dat ik er zelf actief aan deelnam maar ik keek wel graag naar de strijd. Het liefst ter plekke. ME aan de ene kant van de straat, actievoerders aan de andere kant. ‘Geen woning geen kroning,’ echode door de Amsterdamse binnenstad. Een leus die ook op ieder stuk beton gekalkt stond. De gewenste woningen kwamen er niet, de geplande huldiging van de koningin wel, maar dan wel bruut door opstand en traangas verstoord. Niet veel later trok iedereen die wel zin had in een opstootje richting kerncentrale Dodewaard om daar het hek te behangen met spandoeken. ‘Dodewaard is geen doden waard.’ De echte demonstrant ketende zichzelf vast aan het hek. ‘Kernenergie, weg ermee!’ stond op het ontblootte bovenlijf. Kruisraketten, ook zo iets om enorm op tegen te zijn. Den Haag zag zwart van de demonstraten, 550.000 duizend mensen met kartonnen borden boven het hoofd: ‘Stop de neutronenbom!’ Verderop verschenen er tegenstanders van de tegenstanders, zij hadden liever één raket in de tuin dan tien Russen in de keuken. Tja, je moest ergens op tegen zijn, nietwaar? En geen kraakpand werd er ontruimd zonder dat de stratenmaker lekkerbekkend voor de tv zat, heerlijk die grote berg klinkers die als barricade tegen de ME diende. Al die werklozen bezorgen mij weer een mooie klus, zal hij gedacht hebben. In 1983 staakte zelfs het overheidspersoneel tegen loonmatiging. Gekker moest het niet worden. Als ik de verhalen op verjaardagen moet geloven zag geen mens het verschil van toen de ambtenaren het werk nog niet hadden neergelegd. Maar goed, nu waren het helden want ze deden tenminste iets. Eindelijk.

 

Ach, misschien romantiseer ik de vroegere jaren wel, zoals dat zo vaak gebeurt, ik sluit het niet uit, maar ik mis gewoon wat activiteit in ons. Niet collectief klagen of huilen. En wat ook allang geen zoden meer aan de dijk zet is de zoveelste stille tocht voor een doodgereden kat, het liefst exact over de route waar 'Tijgerje' zo graag vogeltjes ving… Nee, actie, vuur in de mens. Niet thuis, op straat of op het werk met grote regelmaat overal op tegen zijn, maar óf ophouden met piepen óf in beweging komen.

 

Naar boven.

 


Radio 90FM, februari 2015 

 

Geslaagd in het leven?

Twee over zeven stapt hij in, groet en neemt plaats op de voorste stoel in de bus. Pal achter de chauffeur. Een stoel alleen, iets hoger geplaatst dan de overige zitplaatsen. Een man, ik schat net de vijftig gepasseerd. Lange grijze jas, chique pet op zijn kalende schedel, gepoetste schoenen. In zijn koffertje zit een broodtrommeltje, een appel en een mesje. Verder niets. Nou ja, een boekje met belastingtabellen en het verslag van zijn laatste beoordelingsgesprek dat hij thuis nog moet opruimen. Zoals gewoonlijk is de beoordeling goed, alleen een stapje omhoog zit er niet meer in, hij zit al aan z’n max. En dat is prima want hij woont er leuk van. Twee-onder-een-kap.

 

In het geblindeerde raam dat hem van de buschauffeur scheidt ziet hij zichzelf, zijn gedachten gaan terug naar zijn jeugd. Vrijwel op iedere verjaardag zette hij de eetkamer- en klapstoelen in een rij van twee. Pas als hij linksvoor zat mochten alle familieleden instappen. Voorin uiteraard. Waar vrouwen en kinderen best even zonder drinken konden, namen vader en de ooms hun biertje gewoon mee in de bus. Ongebruikelijk maar wel essentieel onderdeel van de deal. Een hilarische chaos werd het wanneer iedereen achter de bus uit moest met het dringende verzoek aan de voorkant weer in te stappen, nieuwe passagiers waren er nodig.

   Saaie verjaardagen waren hen vreemd.

   ‘Buschauffeur,’ zei hij volmondig als gevraagd werd wat hij later wilde worden. ‘Net als buurman Henk.’ Een prachtig vak, daar waren de meeste het wel over eens. Je ontmoet veel mensen. Mensen van alle leeftijden, uit alle lagen. En als je volgens de buurman opgewekt achter het stuur ging zitten dan waren de meeste passagiers ook aardig voor jou. ‘Het leven is een spiegel,’ zei de beste man dan. ‘Lach erin en het lacht geheid terug. Volg je hart, jongen.’

   Rond zijn zestiende volgde hij het advies op dat hij veel vaker hoorde: Kies een opleiding die jou later een goedbetaalde baan biedt. Buschauffeur mag een mooi en dankbaar vak zijn, verder dan een tussenwoning, Opel Kadett en jaarlijks twee weken naar camping Bakkum zal je er niet mee komen.

   En zo was het natuurlijk ook wel weer.

 

De bus stopt, de man bedankt de goedlachse chauffeur waarna hij op kantoor eerst de computer opstart voor hij naar het toilet gaat. Na het handenwassen wrijft hij over zijn gezicht. Zat hij maar weer in de bus van twee over vier. Hij droogt zijn handen, kijkt naar de man in de spiegel en vraagt zachtjes: ‘Was het eigenlijk wel zo erg geweest om met iets minder te moeten doen?’

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, januari 2015 

 

Rugzak weg, koffer erin

1989 was het, 23 november om precies te zijn, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Wel dat het in Ahoy was. Heupwiegend stond ze voor me. Stralende ogen. Armen zwaaiden door de lucht. In gedachte nam ik haar mee naar huis. Pakte haar jas aan, heel langzaam.

   Ze stapte uit haar schoenen.

   In de kamer deden we het licht aan. Niet alle lichten. Ineens ging ze op de stoel staan, ja echt. Heupwiegend. Armen omhoog. ‘Jij geeft me een reden om voor te leven,’ zei ik. Daarna herhaalde ik het een paar keer. ‘Jij geeft me een reden om voor te leven, lieve schat.’ Ik verzekerde haar dat ze haar rugzak af kon doen, om achter zich te laten. Ja, haar rugzak kon ze achter zich laten. Sommigen wilden ons uit elkaar wrikken, ze wilden er niet in geloven, in deze liefde. Ze wisten niet hoeveel ik van haar hield. Ik zei het haar. ‘Ze weten niet wat liefde is.’ Dat herhaalde ik een paar keer. ‘Ze weten niet wat liefde is. Maar ik weet wat liefde is, lieve schat.’

   Toen liet ze haar rugzak achter zich.

   Nou ja, in gedachte want in werkelijkheid had ze helemaal geen oog voor mij. Haar blik kwam niet los van hem. Ze zong met hem mee. Met die man op het podium die daar met enigszins ongecontroleerde bewegingen beestachtig goed stond te rocken. You can leave your hat on, zong hij voor haar. Tenminste, in haar gedachte zong hij het speciaal voor haar.

   Iedereen uit z’n plaat, het dak ging eraf.

   Prachtig.

   Sinds Joe Cockers dood, zet ik weer regelmatig een cd van hem op. Zojuist bij You can leave your hat on dacht ik terug aan 1992, 25 april was het om precies te zijn, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Wel dat het bij mij thuis was. Voor ze zich misschien zou bedenken pakte ik snel haar jas aan.

   Ze schopte haar schoenen uit.

   In de kamer zette ze lachend haar koffer neer. Liet zich zakken op de bank. Armen wijd open gespreid. Gretig viel ik erin, kuste haar lippen en zei: ‘Jij geeft me een reden om voor te leven, lieve schat.’ Ik garandeerde haar dat ze haar rugzak af kon doen, om deze voor altijd achter zich te laten.

   Ze zal ongetwijfeld wel eens getwijfeld hebben maar ik ben zo gelukkig dat ze haar koffer nooit meer heeft ingepakt.

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, november 2014

 

Vrijheid blijheid

Wat een zee aan woede, onbegrip en intolerantie. Werkelijk ongelofelijk wanneer mensen zo snel gekwetst zijn, zich aangevallen voelen. Zwarte Piet, wat een kleinzerig, miezerig, misselijk figuurtje. Piept als mensen hem eindelijk een vrolijk kleurtje willen geven. Wees blij, man! Dat ze jou in hiërarchie gelijk willen stellen met je baas, dat zouden we allemaal wel willen. Om te beginnen ik persoonlijk thuis al, waar ik niks te vertellen heb. Maar ook het Koningshuis, de ministerraad, blauw op straat, leraren en al onze bazen… weg ermee, vanaf nu zijn we allemaal gelijk!

   Oh, wat zal de wereld mooi worden.

   Nee, ik wil ermee stoppen, ik wil niet cynisch door het leven. Niet bij ieder getint medemens mezelf afvragen of hij/zij nu voor of tegen Zwarte Piet is. Doe ik nu wel. Persoonlijk heb ik weer helemaal niks met het Suikerfeest, Prinsjesdag, carnaval en bloemencorso. Toch ben ik blij dat het allemaal bestaat want er zijn zoveel mensen die er plezier aan beleven. Ik kan alleen maar genieten als ik al weken van te voren pretogen zie op al die gezichten. Zo’n blije kop krijg ik als ik aan 5 december denk. Zo kunnen we elkaar toch een beetje vrijlaten?

   Ik wil en zal gewoon plezier houden in de oeroude traditie waarbij we met surprises en gedichten elkaar tegelijkertijd met complimenten een beetje plagen. Nooit heb ik associatie gehad met slavernij, uitbuiting en discriminatie, tot die discussie losbarstte. Daar wil ik weer vanaf. En als dat alleen maar kan door Zwarte Piet te veranderen, nou ja, jaag dan die stoomboot maar een keer dwars door de regenboog heen waardoor alle Pieten een kleurtje krijgen. Kan mij het schelen ook. Voor de kinderen is het een leuk verhaal en wij wennen wel aan Kleurtjes Piet. Ook al blijft het ver gezocht, om er nu eindelijk weer eens vanaf te zijn leg ik me er wel bij neer.

 

Hoop ik nog wel vurig dat daarna de milieuactivisten niet de stoomboot ter discussie zullen stellen,

   We kunnen Sint en Piet niet helemaal vanuit Spanje laten reizen per knol.

   We vragen al veel te veel offers van onze gepensioneerde stellen,

   Volgens de allerheiligste Henk Krol.

 

Nee, zonder dollen: Piet zal veranderen, ik vrees dat we dat niet meer kunnen stoppen, maar of de inhoud van het traditionele feest onveranderd blijft, dát houden we toch echt zelf in de hand. Zondag lootjes trekken, ik heb er zin in!

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, september 2014

 

Passie

Onlangs werd op tv Frans Bauer door Filemon Wesselink gevolgd. Zolang ik zijn muziek niet hoef te horen kijk ik graag naar deze wat onnozel ogende man. Op een of andere manier bewonder ik hem, durf ik eigenlijk zonder schaamte wel te zeggen. Terug naar tv: op straat kreeg iedereen die dat wilde een handtekening en om de haverklap maakte Frans even tijd vrij voor een foto. Zelfs in een pretpark tijdens een dagje uit met zijn gezin. Oervervelend zou je denken, maar dat ziet de volkszanger anders. ‘Moet je horen,’ zei hij bloedserieus, ‘dit bijzondere leven heb ik aan al mijn fans te danken. Mooier of beter kan ik me mijn wereld haast niet wensen.’ Later na een concert begaf Frans zich in het theatercafé gewoon tussen zijn fans. Hij maakte links en rechts een praatje, deelde handtekeningen uit en lachte voor iedere flits weer zijn tanden bloot. Pas toen niemand hem meer aanklampte verliet hij het theater. ‘Dit hoort allemaal gewoon bij mijn vak,’ zei hij toen Filemon vroeg of dit wel normaal was. ‘Mensen komen voor een onvergetelijke avond, ik wil niet dat er iemand teleurgesteld naar huis gaat.’ Een opgave vond hij dit alles niet, de artiest had er dan ook zichtbaar veel plezier in. Hé, wat gaaf, dacht ik, dat hij dit echt als een vak ziet, een ambacht waarin je altijd naar perfectie moet streven en klanttevredenheid hoog in het vaandel staat. Door die instelling is Frans uitgegroeid tot een van de grootste in zijn genre, voor de gehele kunstwereld is hij een groot voorbeeld.

 

Ook ben ik spontaan bewonderaar geworden van Jett Rebel en in dit geval luister ik ook erg graag naar zijn muziek. Laatst werd hij op de radio geïnterviewd. Mijn mond viel open van verbazing toen hij vertelde dat hij op zijn album ieder instrument bespeelt. Tijdens het opnemen gaat hij ook precies staan waar een muzikant hoort te staan. Als basgitarist en drummer achteraan, toetsenist aan de zijkant, zanger en gitarist op de voorgrond. Het gaat zelfs zo ver dat, als hij achter het drumstel zit, hij kleding aantrekt die bij een drummer hoort en zodra hij tevreden is met het muzikale resultaat kleedt hij zich om als gitarist om zich tijdens het op te nemen gitaarstuk ook echt een gitarist te voelen. Zo komt hij in de juiste flow. Niet door drugs wat velen denken maar door serieus met zijn werk bezig te zijn. Pas als mensen passie in de muziek horen worden ze er door meegesleept.

   Ineens zag ik hem niet meer als dat vreemde kereltje met make-up en nagellak, ik zag hem als iemand die anders durft te zijn. Iemand die streeft naar perfectie en iemand die ongelofelijk veel plezier heeft in wat hij doet.

   Men, wat zijn we rijk met gepassioneerde rasartiesten zoals Frans en Jett.

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, juli 2014

 

Boos

Eigenlijk wilde ik geen column over de vliegramp. Er is al zoveel over gezegd en geschreven. Wat valt er nog aan toe te voegen? Maar zodra ik mezelf die vraag stel dan trekt het schaamrood vanuit mijn hals omhoog. Er is potdomme een vliegtuig vol onschuldige mensen uit de lucht geschoten. Mensen die gespaard hadden voor een verre droomvakantie. Mensen die op weg waren naar een hiv-conferentie om de wereld wat mooier te maken. Mensen die na jaren weer terug naar hun familie gingen. Mensen die beroepsmatig hun passagiers veilig naar een ander werelddeel wilden vervoeren. Verliefde mensen die niet alleen een mooie vakantie maar nog een heel leven voor de boeg hadden. Kinderen met een duim in de mond en Snuf de Knuf stevig tussen de vingertjes geklemd. Het kan toch niet waar zijn dat hier al alles over gezegd is? Hoezo geen column over deze ramp? Mijn lijf barst nog van woede. Ja, ik ben woedend op die Russische idioten die domme guerrilla-idioten hebben bewapend. Maar ook woedend op al die westerse leiders die met boter op het hoofd naar Poetin wijzen terwijl ze precies hetzelfde doen. Het westen heeft ooit Irak bewapend. Al Qaida en de Taliban zijn zelfs ooit financieel ondersteund toen ze zich nog verzetten tegen de Russen. Daar hebben die lui bepaald geen boterhammen voor gekocht. Momenteel worden de opstandelingen in Syrië bewapend. Hoe reageren onze westerse leiders als daar volgende week een raket zich per ongeluk in een passagiersvliegtuig boort?

   Een echte leider heeft pas ballen als hij zegt: Fock! We zijn stom bezig met z’n allen, het is al veel te vaak misgegaan, we moeten kappen met het bewapenen van rebellen. West en Oost, wij allemaal. We stoppen ermee en wel direct!

   Naast de woede die hierover in mij raast, erger ik me mateloos aan de zogenaamde deskundigen die precies weten hoe de nabestaanden zich voelden, voelen en nog gaan voelen. Wijsneuzen die nog net niet het wijsvingertje opsteken als ze zeggen hoe je je nu als collega, vriend of buur moet gedragen. Mensen die zichzelf deskundig noemen vind ik dus ook eng. Anders eng. Natuurlijk. Heel anders. Dit soort mensen vind ik ongevaarlijk eng, maar eng is eng. Ik verdenk ze ervan dat ze morgen een regel op hun CV toevoegen. ‘Rouwdeskundige bij MH17.’ Overmorgen passen ze ook nog eens LinkedIn aan. ‘Je weet nooit wat het oplevert,’ mompelen ze erbij.

   Met open mond keek ik niet veel later naar tv waar een vrouw aan het woord was die vorig jaar tijdens een ongeluk haar man en drie kinderen is verloren. Op de vraag wat de beste manier van benaderen is, antwoordde ze: ‘Wees bescheiden. Ga geen adviezen geven, je hebt geen idee wat de ander doormaakt. Laat slechts merken dat je altijd klaar zal staan voor de ander. Geen adviezen, geen opbeurende woorden maar gewoon een luisterend oor en een figuurlijke arm om de schouder.’

   Hoewel dit natuurlijk ook een advies is, kwam deze enorm binnen bij mij. Minutenlang liet ik de woorden op mij inwerken. Ik hoop dat ik altijd aan deze vrouw zal denken als iemand uit mijn omgeving iets gruwelijks meemaakt en ik mijn medeleven wil tonen.

   Even later gloeide mijn schaamrood opnieuw op toen de vrouw vertelde dat ze zelden boos werd om de ondoordachte adviezen. Zogenaamde deskundigen negeerde ze gewoon. Ze had al haar energie nodig voor de verwerking van het verlies. Woede zou verwerking in de weg staan. Woede voegde niets toe. Nergens aan eigenlijk. Daarbij was er al te veel ruzie op de wereld en je hoefde slechts je ogen te openen om te zien wat voor een leed voortkwam uit onbegrip, wrok en gefrustreerde woede. De wereld een stukje mooier maken lag in de handen van ons allemaal.

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, juni 2014

 

Waarom nou toch, Mick?

Hoewel Pinkpop al enige weken achter ons ligt, voel ik nog steeds sporen van teleurstelling. Niet over de acts, niet over de organisatie, niet over de manier van optreden tijdens het noodweer, dat was allemaal prima. Nee, ik ben teleurgesteld in Mick Jagger. Komt hij eindelijk een keer op dit fantastische podium, mag er niets van uitgezonden worden. De organisatie mocht niet eens foto’s van hem nemen. Ja, Jan Smeets mocht vluchtig op de foto maar dan wel door een Rolling Stones fotograaf die eerst in Engeland de foto moest bekijken om hem vervolgens door te mailen. Als reden wordt gegeven dat alle rechten zijn verkocht aan een investeerder, daarom mag er niemand anders aan de optredens verdienen. Mijn god, de Rolling Stones zingen niet meer voor hun fans maar voor de investeerder. Daar snap ik dus helemaal niks van. Een echte kunstenaar wil dat zoveel mogelijk mensen van de kunst genieten. Natuurlijk is de kunstenaar niet vies van geld, maar het hogere doel is waardering van jouw kunst.

   Ik wou dat ik even met Mick zou kunnen praten maar als de organisatie van Pinkpop dat al niet voor elkaar krijgt dan moet ik mijn wens maar snel laten varen. Maar als het kon dan zou ik eerst de oude rocker gefronst aankijken, mijn mond open laten vallen en uiteindelijk stamelen: Waarom nou toch, Mick? Voor hij kon vragen wat of ik daar in godsnaam mee bedoel, zou ik vragen of hij nu echt gelukkig is met de manier hoe hij aankomt en tijdens de laatste noot alweer in de startblokken staat om te vertrekken. Tussen een batterij aan kleerkasten kijkt hij argwanend om zich heen of er geen lampje op een televisiecamera brandt, of er niet iemand stiekem een mobieltje op hem richt. Ik zou echt willen weten of dat hem gelukkig maakt. Waarschijnlijk zou hij zeggen dat dat nu eenmaal bij het leven van een rasartiest hoort, maar dan zou ik meteen vertellen over een topartiest van een vorige editie. Bruce Springsteen baande zich een weg naar het podium. Zijn grijns was breder dan zijn kop. De ene high five naar de andere zweefde over de dwanghekken. Een topoptreden volgde, de man spatte van het podium en knalde uit de tv. Na de laatste muzieknoten maakte hij diepe buigingen voor het publiek, en nog één, nu met een hand op zijn hart. Hij genoot van al die euforische mensen voor zich. En toen hij dan eindelijk het podium verliet liep hij naar een vrijwilliger van het festival, reikte de jongen de hand en vroeg wat hij van het optreden vond. Springsteen nam dankbaar de complimenten in ontvangst, maakte nog een praatje over ditjes en datjes, liet zich gewillig fotograferen en ging verder. Ik weet zeker dat hij, toen hij weer thuiskwam, vertelde dat het helemaal top was.

   Mocht Mick Jagger mij schaapachtig aankijken bij dit verhaal dan zou ik vragen: Mick, waarom is de investeerder belangrijker dan al die miljoenen fans? Die investeerder geilt alleen maar op jouw roem, op jouw geld. Die miljoenen fans willen jouw stem, jouw muziek, jouw kunst. En mocht geld jouw drijfveer zijn: wanneer ben jij het besef verloren dat je zonder fans niet eens een investeerder zou hebben? En geen geld. Dan had je nu op bruiloften gespeeld voor hooguit € 100,00 per avond, dan was je blij geweest met iedere mobiel die op jouw gericht was. Een mooie promotie zou je het vinden. Je zou Bruce Springsteen willen zijn. Zo zou jij je ook voelen. Een echte artiest. Zielig zou je niet zijn want ik weet zeker dat jouw grijns dan ook iedere avond breder was dan je kop.

   Please, go back to your roots, mister Jagger!

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, mei 2014

 

In de gang van het Antoni van Leeuwenhoek

In de gang van het Antoni van Leeuwenhoek loopt een man. Rockster van beroep, een podiumbeest. Maar vandaag gewoon een man zoals zoveel mannen in dit ziekenhuis. Lange zwarte jas over zijn arm. Blik gericht op de vloer vlak voor hem. Het gesprek van zojuist met de oncoloog gaat door zijn hoofd, vermoed ik. Niemand spreekt hem aan. In ieder geval niet op de manier wat hij gewend is. Hier is hij geen bijzondere verschijning. Hier is hij één van ‘ons.’ Iemand die gewoon vet de lul is. Niets te maken met wel of niet positief blijven of met vechtlust, gewoon vet de lul.

   Eén foute celdeling, daar begon het allemaal mee.

   In zijn keel.

   Aanvankelijk lachte het geluk hem toe, na de chemotherapie en bestralingen was hij schoon. Hij kon oud worden en hij kon zijn publiek nog lang toezingen. ‘Dit is voor degene die je overal herkent. Het leven is voor jou en mij, want dit is ons moment.’

   En hij kon nog heel erg lang mooie liedjes schrijven. Totdat er een bijl in zijn nek werd gezet, volgens zijn eigen woorden. Er zaten uitzaaiingen in zijn longen, de toekomst lazerde de afgrond in, hij had niet lang meer te gaan.

 

Even twijfel ik of ik iets tegen de man zal zeggen. Ik doe het niet. Ik zeg toch ook niets tegen al die andere mensen die hier rondlopen en ook de lul zijn, waarom zou ik het dan wel bij hem doen? Het zou suggereren dat ik het slechts voor mezelf doe. Tja, als ik naast hem zou zitten in de wachtkamer, naast hem zou staan in de lift… dan zou ik het gedaan hebben. Op die plaatsen praat je met mensen die je niet kent. Maar iemand die door de gang loopt, met zijn hoofd omlaag, die laat je in dit ziekenhuis met rust. Rockster of niet. Hier is hij gewoon een man die niet zit te wachten op jouw woorden, hoe oprecht ze ook zijn.

   Buiten zuig ik mijn longen vol zuurstof. Daarna zet ik mijn zonnebril op, hang mijn jas over mijn schouder en loop naar de auto. Vlak voordat ik de sleutel in het contact steek, schud ik mijn hoofd. Ik had de man een schouderklop moeten geven. Geen woorden maar toch een teken van medeleven. Rigoureus en ondoordacht, rigoureus maar recht uit het hart.

   Of was dat ook ongepast geweest?

   Bij de slagboom moet ik twee beurten wachten. Ik trek zijn cd uit het dashboardkastje en pas als ik de weg opdraai zet ik hem op. Volume tegen het vervormen aan.

   Ik zing hard mee met de man die nu in de auto weer rockster is.

   ‘Dit is voor degene die je overal herkent en deze is voor jou en mij want dit is ons moment.’

   Een fantastisch nummer. Een meezinger. Een liedje om dronken bij te worden en volledig uit je dak te gaan. Tot vandaag.

   Nu is dit liedje veel meer dan dat. Het is een prachtig nummer waarvan hij zelf nooit heeft kunnen vermoeden dat het op deze manier zo toepasselijk zou kunnen zijn.

   ‘Rood zwart wit geel jong oud man of vrouw. In het donker kan ik jou niet zien maar deze is van ons aan jou.’

   Tranen glijden over mijn wangen, maar ik blijf meezingen.

   ‘En ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van ié-dér-één.’

   Tijdens het wegsterven van de laatste muziekklanken zie ik mezelf weer door de gang lopen. In gedachte zeg ik wat ik het liefst had willen zeggen: Godverdomme, Thé Lau, wat vind ik dit kut voor je. Sterkte man! En enorm bedankt voor alle kunst waar wij tot onze laatste dag van kunnen genieten.

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, april 2014

 

Plusklas

Ons buurmeisje heeft fantastisch nieuws gehoord, ze gaat naar de plusklas. Buitengewoon intelligent is ze. Waarschijnlijk komt het door de kleigrond waar onze wijk op gebouwd is want ze is de zoveelste al. Nou ja, niet alle kinderen uit onze omgeving zitten in de plusklas maar die er niet in zitten hikken er wel tegenaan. De school ziet het nog niet maar dat is slechts een kwestie van tijd. Misschien ook af en toe bellen, de school inlopen of een tussentijdse ouderavond aanvragen. Het liefst één op één met de directeur. Dat heb ik allemaal nooit hoeven doen. Mijn nageslacht is altijd gewoon een beetje gemiddeld geweest. Helaas. Maar goed, het is niet anders. Volgens de verhalen van de ouders van de bijzondere kindjes denken die van hen over zaken veel meer na dan de overige kinderen. Daarom maken plusklaskandidaten het zichzelf wel eens te moeilijk. Halen niet de hoge cijfers waar ze eigenlijk wel recht op zouden hebben. Vraag eens waarom we 5 mei vieren en de studiebol gaat over van de bunkers in de duinen naar de middeleeuwen waarin ridders met zwaarden hun jonkvrouwen beschermden. In dezelfde adem komen de plunderende Vikingen aan bod, dan de zwaar behaarde mannen in berenvacht met knuppel en uiteindelijk komen ze uit bij de dinosaurussen. Daar is het allemaal begonnen. Bij mijn kinderen was het niet verder gegaan dan: ‘Oh gewoon, omdat we de oorlog gewonnen hebben.’ Maar zoals gezegd, die zijn altijd maar gemiddelde leerlingen geweest. Wel aardig en vrolijk, denken op hun manier ook wel na, maar dat ze buitengewoon intelligent zijn kan ik niet zeggen. Ze hebben het sowieso niet zo op leren. Nooit gehad ook. Als kleintjes waren ze al liever buiten, logeerden in de weekenden met vriendinnen bij elkaar. Tegenwoordig geven ze mij de opdracht dat ik ze rond de klok van twee bij de disco moet ophalen, zeker niet eerder, en ik moet zweren dat ik de auto om de hoek parkeer, erin blijf wachten en absoluut niet de binnenverlichting aan doe. ‘Ook je telefoon niet gebruiken, pap, daar komt licht vanaf.’

   Oké.

   Soms sputter ik wel eens tegen maar zodra er gedreigd wordt dat ze dan wel met de bus naar huis komen, willig ik onmiddellijk alle eisen in. Je zal net zien dat er een vrolijke puistenkop wel even meeloopt naar de bushalte. Doet-ie iedere week. Meelopen met een lekkere chick. Prima maar niet met één van mijn meisjes.

 

Soms vraag ik me wel eens af wat er van een mens terecht moet komen als feesten en vriendschappen belangrijker zijn dan studeren. Misschien moet ik ze meer pushen, iedere dag de agenda’s nakijken, telefoons en computers afpakken en pas teruggeven zodra al het huiswerk af is. Misschien moet ik ze geld geven voor ieder punt boven de acht. Zelfstandig zullen ze er niet van worden, maar samen met wat gesprekken op school, hier en daar een bezwaarschrift bij de inspectie en het stimuleren van het kind, zoals mijn buurman dat noemt, moet een hoger niveau haalbaar zijn. Ze kunnen het! Ze kunnen het echt!

   Maar ja, ze doen het niet.

   Ja, ik ga ze dwingen.

   God, wat zullen mijn kinderen er gelukkig van worden. Nou ja, nu misschien niet maar later zullen ze me er meer dan dankbaar voor zijn.

   Mijn vrouw vindt dat ik ernstig doorsla. Als onze kinderen al één van de weinige leerlingen zouden zijn die nooit kandidaat voor een plusklas zijn geweest, zijn ze juist bijzonder geworden. Maar volgens haar valt het allemaal wel mee. En dat onze kroost vroeger al gewoon antwoord gaf en dan niet langer over de vraag nadacht, vind ze eigenlijk zo slim. Die van ons hebben altijd alle tijd gehad om heerlijk buiten te spelen. Om gezellig met vrienden en vriendinnen te keuvelen. Dat heeft hen sociaal sterk gemaakt en hopelijk kiezen ze later niet een beroep waar alleen de knikkers tellen, maar volgen ze hun hart. Dan is de kans het grootst dat ze vrolijke mensen blijven die stevig met beide benen op de grond staan.

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, maart 2014

 

Lieve woordjes

Als ik op Facebook zit, denk ik vaak dat geliefden gescheiden wonen, misschien om te ontdekken of ze nog van elkaar houden. Zoiets moet het zijn. Ik denk dat omdat de een dan schrijft: ‘Lieve schat, met heel mijn hart hou ik van jou,’ waarop de ander reageert met: ‘Ik ook van jou, lieverd. We blijven altijd samen.’

   Ah, die zijn eruit, denk ik dan, die wonen binnenkort weer bij elkaar, maar volgens mijn vrouw zitten ze al die tijd waarschijnlijk gewoon naast elkaar op de bank. Schrijven ze dit omdat ze het misschien wel moeilijk vinden om het rechtstreeks tegen elkaar te zeggen. ‘Dat hebben wel meer mensen. Vooral mannen schijnen daar erg veel last van te hebben,’ zei ze me laatst.

   In de stilte die toen viel, priemden twee indringende vrouwenogen in mij. Ik keek weg, wreef over mijn lippen en mopperde dat ze dat dan ook op een briefje konden schrijven. ‘Romantisch op elkanders kussen leggen, net zoals ik vroeger zo vaak deed. Kaarsje erbij. Waarom moet dit publiekelijk? Gewoon om te pronken dat zij het samen wél perfect hebben. Om anderen een jaloers gevoel te geven. Anderen die wél ups en downs kennen. Anderen die de eigen partner wel eens vergelijken met een fitnessapparaat. Je haalt het in huis, traint je een tijd suf maar uiteindelijk wordt het een stuk minder intensief. En dan komt vroeg of laat het moment dat je jezelf afvraagt wat je in hemelsnaam nog met dat ding moet. Wegdoen doe je het niet, dat gaat te ver, maar stiekem vraag je jezelf wel eens af of het toch niet tijd is voor een ander apparaat.’

   ‘Denk je zo ook wel eens over mij, Jan?’ vroeg ze. Grote ogen keken mij aan.

   Er trok meteen een warme gloed door mijn hals. ‘Hoezo?’ vroeg ik.

   ‘Nou ja, wanneer heb jij voor het laatst gezegd dat je van mij houdt?’

   ‘Ja hoor, nu hebben we dat weer. Heb ik ooit gezegd dat het niet zo is?’

   Ze keek me hoofdschuddend aan.

   ‘Nou,’ zei ik, ‘dan zal het wel onveranderd zijn, denk je ook niet?’

   Stomme opmerking natuurlijk want ineens kreeg ik een preek over romantiek. Dat een vrouw graag wil horen dat ze er goed uitziet. Dat het fijn zou zijn als ook haar eigen kerel zou zien als ze bij de kapper is geweest. En dan niet alleen mopperend bij het zien van het bankafschrift, maar gewoon bij thuiskomst. Volgens mijn vrouw kan ik dan wel zaniken over anderen maar of zwijgen nou zoveel beter is dan lieve woordjes op Facebook? Misschien ben ik inderdaad jaloers, niet dat anderen het zo veel beter zouden hebben dan wij, daarvoor ben ik wel nuchter genoeg, jaloers dat anderen nog wel lieve woordjes paraat hebben. Misschien moeten we er maar eens goed over praten. Dat doen we sowieso te weinig. Praten.

   In plaats van hier op in te gaan graaide ik snel de telefoon uit mijn zak en deed alsof ik door mijn goede vriend Paul werd gebeld. Ik antwoordde dat ik nu niet langs kon komen, dat ik net in een goed gesprek zat. ‘Nee, ik kan het echt niet maken, Paul.’ Daarna deed ik alsof ik aandachtig luisterde. Tussendoor zei ik woordjes als ja, o, jee wat rot voor je, ach joh, ja natuurlijk kom ik direct, daar zijn we vrienden voor. Direct na beëindiging van het fictieve gesprek trok ik mijn jas aan. ‘Schat, Paul wil even met mij praten, hij heeft me nodig, ik moet dit doen. Praten we een andere keer verder?’

   Zonder haar antwoord af te wachten sprong ik op de fiets en reed rechtstreeks naar de kroeg. Aan de bar opende ik Facebook op mijn telefoon, ging naar de tijdlijn van mijn vrouw en schreef hoeveel ik van haar hou. Plaatsen deed ik het niet. Dit moest romantischer. Ik besloot een briefje op haar kussen te leggen maar zodra ik thuis kwam en direct verhoord werd waar of ik was, dat mijn alibi nogal wankel was. Paul stond zojuist aan de deur dus ik moest ergens anders zijn geweest. Toen ineens besefte ik dat ik het groter moest aanpakken.

   Via een ander medium.

   Radio 90FM.

   Lieve schat, vandaag zijn we 22 jaar getrouwd. Complimenteus ben ik niet vaak. Attent nog minder. Nee, voor de ideale man had je toen een andere keuze moeten maken, maar weet dat ik met heel mijn hart van je hou!

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, februari 2014

 

Objectiviteit bestaat niet

De Leidse burgemeester heeft een moedig besluit genomen door pedoseksueel Benno L. op te vangen, dat vindt Fred Teeven. L. heeft zijn straf uitgezeten en verdient een tweede kans. Sterker nog: als zo iemand een vaste woonplaats heeft, kan er zelfs goed toezicht worden gehouden. Volgens Teeven is het wel erg kwalijk te noemen dat zijn invrijheidsstelling zo expliciet in de publiciteit is geraakt waardoor Benno L. niet meer anoniem over straat kan. Nu kan je denken: hoe meer mensen er op de hoogte zijn, hoe meer toezicht, hoe kleiner de kans op een nieuwe daad. Maar die gedachte is gebaseerd op emotie en past niet in een rechtsstaat. Omstanders nemen dan immers mogelijk het heft in eigen hand en gaan de pedo het leven zuur maken.

   Daar heeft de staatssecretaris een punt.

   Dat dit soort mensen niet lekker ligt in de maatschappij heb ik ooit gezien in gevangenis Het Wolvenplein, waar ik drie dagen moest zitten omdat ik een onterecht gegeven verkeersboete weigerde te betalen. Ik zat bij ene Carlos N. op de vleugel. Veroordeeld voor daden die te smerig zijn om verder op in te gaan. Populair was hij daar niet, dat merkte ik de eerste dag zo vlak voor het luchten in de toiletruimte, waar ik tijdens het handenwassen stond te praten met ene Toni die opgepakt was wegens een reeks aan brute plofkraken. Daar vertelde hij vrij open over. Ik snapte er helemaal niets van dat hij dit op zijn geweten kon hebben. Had ik zijn verhaal in de krant gelezen dan had ik een monster voor ogen gehad. Ik had geroepen dat ze die schoft nooit meer vrij moesten laten. Maar nu stond er een aardige kerel voor me die met betraande ogen vertelde dat zijn vrouw erg ziek was. Hij wilde haar alles geven wat ze nodig had maar hij kon geen baan vinden. Zijn kinderen droegen slechts tweedehands kleding en konden niet eens mee op schoolreisje. Ik kreeg ter plekke medelijden en net voor ik Toni zelfs een schouderklop wilde geven sloop Carlos langs ons om zo onopvallend mogelijk een toilet in te snellen. Onder de deur door zagen we zijn broek zakken. In het hokje ernaast waren Pieters getatoeëerde enkels zichtbaar. Bankovervaller van beroep. Hij had zojuist zitten kleien, dat roken we en zo te zien bleef hij nog een tijdje boven zijn dampende drol zitten. Vraag me niet waarom. Mij lijkt het helemaal niks maar er schijnen zelfs mensen te bestaan die de krant in eigen meur lezen. Dat zou een momentje van ontspanning zijn. Kom er maar eens op. Afijn. Zacht gekreun van Carlos klonk, Pieter duwde langzaam zijn deur open. Na een knipoog richting ons wikkelde hij toiletpapier om zijn hand, pakte zijn drol uit de pot en legde dat heel voorzichtig onder de deur door tussen de harige kuiten van Carlos in zijn onderbroek. Als kinderen die de reactie van de beetgenomen buurman willen zien, zo zaten we op onze knieën, met een mannetje of acht. Dolgraag wilden we er getuige van zijn hoe die smerige pedo zijn broek zou ophijsen.

   ‘Gadverdamme…’ brulde hij.

   Bingo!

   In de echo van zijn kreet snelden we de toiletten in. Lachend. Sommigen gingen op de toiletpotten staan, anderen hezen zich op aan de scheidingswanden.

‘Zo, Carlos,’ werd er geroepen, ‘in het broekie gescheten?’ Carlos boog zijn hoofd. Kokhalzend probeerde hij met dotten toiletpapier de ietwat vochtige drol te verwijderen, maar deze brak in tweeën. Eén helft belandde boven op zijn badslipper. Puntje omhoog. Carlos kotste nu bijna en riep: ‘Viespeuken!’

   Zijn stem sloeg over.

   ‘Viespeuken?’ riep de man naast me. Die deed iets in de onderwereld. Handel of zo. ‘Noem jij ons viespeuken?’ Na het luidruchtig ophalen van zijn neus spuugde hij een grote roggel richting Carlos, waarna een lange sliert langzaam van kapsel richting romp bungelde. Met deze voltreffer werd hij de grootste lama ooit. Eindelijk was Frank Rijkaard na decennialang op eenzame hoogte op de lijst te hebben gestaan naar de tweede plaats verdreven.

   ‘Wie is hier nou verdomme de viespeuk,’ brulde de scherpschutter.

   Carlos schopte de halve drol van zijn voet, hees zijn bevlekte broek op en beende naar zijn cel.

 

Goed. Dit waren boeven, die doen wel meer gekke dingen, maar dat dit soort praktijken ook in een woonwijk kunnen plaatsvinden wil ik best geloven. Erger dan dit ook. Vrouwe Justitia zit dus regelmatig in een spagaat. Anoniem vrijlaten met als risico dat er opnieuw kinderen beschadigd raken of bekendheid er aan geven met als risico dat de tweede kans eigenlijk niet mogelijk is? Een beetje rechtsstaat kiest blijkbaar altijd voor de eerste optie en ik doe mijn best om dat te begrijpen. Ik zou het zo graag willen begrijpen. Maar één ding blijft me sowieso bezighouden. Waarom doet Teeven er alles aan dat Volkert van de Graaff het gevang niet uitkomt en heeft een pedoseksueel altijd het recht op een vernieuwde kans? Volkert had het zieke idee om een politicus te vermoorden maar gaat na vrijlating echt niet voor de lol nu ineens de groenteboer omleggen. Zijn missie is volbracht, de kans op herhaling is minimaal. Terwijl Benno L. niet de eerste zou zijn die zich na invrijheidstelling opnieuw aan kinderen vergrijpt. Had Fred Teeven er ook zo ingestaan als hij in 2002 niet op de lijst van Pim Fortuyns LPF had gestaan en zijn kinderen zwemles hadden gehad van Benno L.?

 

Naar boven.

 

 


 

 

Radio 90FM, januari 2014

 

Vind je de juiste woorden nou eerder met of zonder drank?

Eén keer in de zes maanden ga ik op stap met mijn vrienden van vroeger. Dat houden we er in want anders spreek je elkaar alleen nog maar via Facebook. Normaal gesproken drink ik op dit soort mannenavonden bier maar gisteravond niet. ‘Nee, nee, geen alcohol voor mij, jongens,’ zei ik direct na de begroeting in het restaurant. Ze keken me aan alsof de heilige Messias over het water aan kwam lopen en die blikken verergerden toen ik ze vertelde dat ik vandaag op Radio 90FM een column ging voorlezen.

   ‘En dan drink je geen bier,’ lachte Nico.

   ‘Nee, maatje,’ zei ik. ‘Dan drink je inderdaad geen druppel. Mijn column is nog niet af. Sterker nog: ik heb nog geen letter op papier.’

   Ik zuchtte.

   ‘Totaal geen idee waar ik het over moet hebben zelfs. Morgen zonder ik me af. Net zo lang tot de laatste punt gezet is. Ik moet wel helder blijven.’

   Hier snapte Nico dus geen reet van. Als ik geen inspiratie had dan zou ik juist aan de zuip moeten gaan, in dronken toestand kwamen de mooiste woorden vanzelf naar boven. André Hazes schreef zijn grootste hits immers in straalbezopen toestand. En wat dacht je van Ramses Shaffie, Herman Brood of Amy Winehouse? Joe Cocker, om er nog eens één te noemen. Feitelijk hadden die stuk voor stuk hun succes juist te danken aan de drank.

   Tijdens het voorgerecht spraken we over onze gezinnen en over het werk. Zodra we de vork in de T-bonesteak prikten, moest ik lachen om alle mooie uitspraken die met dubbele tongvallen over tafel rolden. En onder de bananenbavarois zagen de jongens totaal andere dingen in de slagroom dan ik.

   Later in onze oude stamkroeg keek ik naar mooie vrouwen. De ogen van mijn vrienden tolden over al die lekkere wijven waar ze best een week ruzie voor over hadden. Nou, voor sommigen een maand ook nog wel als dat moest.

   Na de laatste ronde trokken we onze jas aan en voor het eerst liep ik in een rechte lijn vanaf deze kroeg richting de markt waar Nico leunend tegen een boom eerst zijn zakken doorzocht en vervolgens met een fietssleutel in zijn hand verbaasd om zich heen keek. ‘Verrek joh,’ zei hij, ‘weg.’

   We keken hem verbaasd aan.

   ‘Hoezo weg?’ vroeg ik.

   Nico spreidde zijn handen uiteen. ‘Gewoon, weg.’

   ‘Nou lekker dan. En nu?’

   Nico zuchtte enkele keren diep in en uit. ‘Tja, wat nu… ik weet nie. Nou ja, laten we eerst maar eens shoarma gaan eten. Honger als een paard.’

   We liepen de straat uit, dat wil zeggen: ík liep de straat uit. Mijn vrienden waggelden en voor het eerst liep ik op dit tijdstip niet gearmd tussen hen in. Twee minuten later vielen we de overvolle shoarmatent binnen. Yoessef lachte naar ons zoals hij altijd lacht. Ik bleef staan. Opeens zag ik een oprecht aardige kerel in plaats van die dom grijnzende shoarmaboer. En nu pas besefte ik dat dat bezopen volk dat schreeuwerig de sla uit de shoarma peuterde omdat ze gadverdamme geen ko-nij-nen waren, eigenlijk een asociaal volk was dat zich racistische opmerkingen permitteerde omdat die ‘Turk’ vet aan ons verdiende.

   Yoessef haalde driftig zijn mes langs een aanzetstaal. Ik lachte een schuine glimlach en zodra hij mij aankeek, keek ik weg.

   ‘Keuze kunnen maken, mannen,’ hoorde ik hem roepen. ‘Vier shoarma met patat zeker?’

   ‘Ja, natuurlijk,’ riep Bas direct terug. ‘Wat dacht je dan, dat we Nico’s fiets bij je kwamen halen?’

   Yoessef lachte wat met de menigte mee, daarna ging hij gewoon verder. ‘Meenemen of hier opeten?’

   Terwijl Nico een boer wegslikte legde hij een wijsvinger over zijn lippen en mompelde na een hik: ‘Meenemen, hier opeten. Wat kan mij het. Waar zal ik mijn fiets toch gezet hebben?’ Met ronddraaiende ogen keek hij op. ‘Hé Yoessie! Yoessie, doe jij eigenlijk ook aan bezorgen?’

   ‘Ja, natuurlijk.’

   'Mooi, doe dan maar bezorgen... en dan rijd ik meteen effe een stukkie met je mee.'

 

Naar boven.

 

Jan Kouwenhoven Publishing © 2014-2017 | Alle rechten voorbehouden.